Kabelblues

“Kan ik de kabels doorknippen ?” fluisterde ik naar Bo.

“….uhuh, okee. Nee, we zijn nu hier op kantoor en kunnen we die router dan meenemen ?” vervolgde Bo zijn telefoongesprek. Die router was een mooie Cisco router die in het inmiddels ongebruikte pand van VuurWerk Internet stond. En wij waren via de office manager ingehuurd om de techniek weg te halen.

Techniek die uit zou moeten staan.

“Dus die router doet niets meer ?”
“Dat is allemaal afgehandeld ?”

Bo hing op.

“Ja, knip maar door” riep hij. “Het systeembeheer heeft die router vorige week al uit gebruik genomen”
Ik knipte de kabels dicht bij de grond af en we namen de router mee. Later bleken er nog belangrijke verbindingen over te lopen.

Jaren later. Inmiddels is het 2006.

“Dus jullie willen het pand wel huren ?”

We knikten beiden ja.

We staan op de derde verdieping van het oude bankgebouw aan de Gedempte Oude Gracht in Haarlem. Het pand waar we ons succes met VuurWerk Internet hadden beleefd.

Het is ergens in 2006. We zaten voorheen in het er onder gelegen winkelpand, en nog niet heel lang daarvoor in een kleine kantoorruimte bij mijn compagnon thuis.

Kijkend naar een tros witte kabels die waren afgeknipt op het punt waar ze uit de vloer kwamen zei ik tegen Bo: “Het gaat wel een klus worden om het netwerk te herstellen.”

Oeps

Na veel te lang stof te zitten verzamelen heb ik mijn 3D printer weer eens tevoorschijn gehaald. Printen ging niet helemaal, maar mijn kantoor vullen met de verse lucht van gesmolten plastic ging daarentegen prima…

201205021328.jpg

Hypotheekrenteaftrek

Er was eens een afgelegen dorpje met 1000 inwoners. Gemiddeld verdiende iemand in het dorp 18,- per maand.

Een van de dorpsbewoners was Piet.

Piet is een harde werker. Met een kledingwinkeltje verdiende hij met jaren hard werken ook 18,- per maand. Het kledingwinkeltje werd na verloop van tijd uitgebreid met een fabriek.

En na verloop van tijd verkocht hij kleding niet alleen in zijn eigen winkeltje maar verkocht hij het aan meerdere winkels. Piet ging ook meer verdienen, inmiddels al zo’n 100,- per maand. Piet hielp een flink aantal dorpsbewoners aan werk.

Van zijn salaris betaalde Piet 55,- per maand aan de Burgermeester.

Na nog eens enkele jaren kon Piet zijn fabriek voor 50000,- verkopen aan mensen van buiten het dorp.

Piet stopte een klein deel van zijn geld in een nieuw bedrijf, en hij ging boeken verkopen.

Piet besloot ook groter te gaan wonen. Hij kon een huis van 20000,- kopen. De bank adviseerde hem om het huis te kopen met een hypotheek. Per jaar moest hij dan echter 1200,- aan rente betalen aan de bank.

Dat was 100,- per maand. Een enorm hoog bedrag en hij moest wel heel veel salaris verdienen om dat te kunnen betalen. Piet kon als ondernemers zelf de hoogte van zijn salaris bepalen, mits zijn bedrijf genoeg verdiende.

De burgemeester had ook een speciale regeling die al ruim 130 jaar bestond. Piet mocht de 100,- die hij per maand betaalde aan de bank aftrekken van het bedrag dat hij aan de burgemeester betaalde.

Om echter niets meer aan de burgermeester te hoeven betalen moest Piet 180,- per maand gaan verdienen. Met de boekenverkoop ging het goed, dus Piet besloot dat te gaan doen. En de burgermeester kreeg ook op andere manieren geld van Piet, zoals de belasting op zijn huis en zijn bezit.

De resterende 30000,- zette hij op de bank. En dat leverde 1200,- per jaar op aan rente. Dat gebruikte Piet voor de luxe dingen die hij kocht.

Piet hield nu 80,- per maand over van zijn salaris.

De bank kreeg 100,- per maand van Piet aan rente.

Piet moest echter zijn nieuwe huis ook nog inrichten. Dat deed hij voor 300,-

En hij moest het warmhouden. En onderhouden.

Per maand betaalde piet 26,- om zijn huis warm te houden. Dat was tien keer zoveel als zijn armere dorpsgenoten, maar Piet had nu eenmaal een groot huis. Piet leverde het gasbedrijf dus net zo veel op als tien van zijn dorpsgenoten. Piet betaalde ook nog zo’n 6,- voor een tuinman die af en toe kwam, en 4,- voor een schoonmaakster.

Ook kocht Piet af en toe een nieuwe auto in het dorp, Piet hield inmiddels van luxe en zo’n auto kostte hem 2000,-. De ondernemers in het dorp zagen Piet dan ook graag komen.

Na enige jaren ging het minder goed met de economie. Het dorp verkocht minder aan andere dorpen.

Mensen in de gemeenteraad riepen anderen op om te gaan protesteren. Piet zag zelfs mensen met spandoeken lopen. ‘Laat Piet de crisis betalen’. Piet snapte het niet, want wat hij daarmee te maken ? Maar de kreten bleven aanhouden en er kwamen verkiezingen aan.

Er ging stemmen op om de aftrek die Piet heeft op zijn huis af te nemen. Immers was Piet rijk genoeg zo vond men.

En zo geschiedde.

Piet moest nu opeens 100,- aan de bank betalen en 100,- aan de burgermeester. Hij hield niets meer over van zijn salaris en teerde in op zijn vermogen.

Dus besloot Piet daar wat aan te doen. Hij kon niet zijn salaris verlagen, immers kon hij dan de bank niet meer betalen en de burgermeester wilde ook een deel hebben.

Hij ging dus naar de bank, gaf opdracht om de 30000,- die hij op de bank had gezet te gebruiken om het huis af te betalen. Daar was nog 10000,- van over. Dat liet Piet op de bank staan.

Piet kon altijd goed rondkomen van 80,- dus aan de hoogte van zijn salaris deed hij nu nog niets, maar hij had altijd zo’n hoog salaris gehad juist om de rente op het huis te kunnen betalen. Hij zou dus net zo goed een lager salaris kunnen uitnemen.

Van de 180,- die hij nog steeds verdiende ging nu niet 100,- naar de bank, maar naar de burgermeester; De burgermeester kreeg dit geld nu direct van Piet.

De burgermeester kreeg nu echter ook niets meer aan belastingen op het huis van Piet nu er geen hypotheek meer op zat. In Piet’s geval was dit 156,- per jaar minder aan ‘eigenwoningforfait’.

Piet had nu ook minder geld op de bank staan. Het leverde nu 800,- per jaar aan rente op.

Piet hield minder geld over voor de luxe zaken, al had hij nog steeds niet te klagen.

Als hij een auto kocht in het dorp dan was die nu echter een stuk goedkoper en hij kocht er minder vaak een. Hij veranderde minder vaak zijn interieur.

In het dorp van Piet woonden nog acht mensen zoals hij. Bij elkaar waren ze nog geen 1% van de dorpsbevolking. En de andere 8 verkeerden nu dus ook in dezelfde situatie.

Het waren altijd flinke uitgevers geweest, want aan geld op de bank hadden ze niets. Ze verdienden tien keer zoveel maar gaven ook tien keer zoveel uit.  

De ondernemers in het dorp kregen hierdoor veel minder geld binnen en moesten uiteindelijk zelfs mensen ontslaan.

En de bank ? De bank kreeg inmiddels 9* 100,- euro aan rente minder binnen. Ook had de bank veel minder geld in beheer. Van de 30000,- die Piet had was nu 10000,- over. Bij elkaar mistte de bank 180000,-.

Piet’s armere dorpsgenoten begonnen dat geldgebrek te merken. Als ze aanklopten bij de bank dan vroeg deze om allerlei garanties en een hoge rente. Zij konden vaker niet dan wel geld lenen. De bank had immers veel minder geld om uit te lenen en veel minder inkomsten uit rente. De bank moest dus wel een hogere rente eisen en allerlei voorwaarden stellen.

De prijs van bestaande huizen ging dalen, en als mensen hun hypotheek niet meer konden betalen dan maakte de bank wel eens mee dat het huis veel minder opleverde dan de hoogte van de hypotheek.

En de burgermeester ? Die kreeg nu 900,- meer per maand binnen van de rijke dorpelingen. De gemeenteraadsleden waren tevreden. In hun ogen was die 900,- een subsidie geweest aan Piet en zijn rijke dorpsgenoten.

De huizenprijzen waren inmiddels echter flink gedaald, het werd moeilijk om een huis te verkopen omdat de bank niet meer zo eenvoudig geld kon uitlenen. En als er minder kopers voor een huis zijn dan daalt de prijs.

Daardoor kwam er van de 700 ‘armere’ huizenbezitters fors minder belastinggeld binnen. Gemiddeld daalde de prijs van een huis met 10%, en aangezien de burgermeester 0,55% kreeg aan belasting per huis met een hypotheek en een huis gemiddeld 2000,- waard is kostte het 10% van 11,- aan belasting per huis per jaar en in totaal dus 770,- per jaar.

Piet en zijn 8 andere dorpsgenoten hadden geen hypotheek meer op hun huis en dit scheelde ook aardig wat:

De belastingregels van de burgermeester waren complex; rijke huizenbezitters met een huis boven de 10000,- in waarde betaalden 56,- + 1,05% over elk bedrag meer dan 10000,-.

Bij Piet’s huis bedroeg dit dus 56,- + 1,05% van 10000,-. Dat was 156,- per jaar voor Piet, en dat voor 9 huisbezitters. Bij elkaar 1404,-.

Dus wat de burgermeester nu meer kreeg (900,-) werd verminderd met 1404,-. Netto hield de burgermeester dan ook minder over.

De bank had veel minder geld en er waren dorpsbewoners werkeloos geraakt omdat er minder geld in omloop was.

Daar hadden de gemeenteraadsleden niet op gehoopt.

Nu betaalde Piet in dit voorbeeld verder niets aan de burgermeester. In werkelijkheid zouden de rijken in Nederland twintig keer meer belasting betalen dan dat zij als hypotheekrenteaftrek in mindering konden brengen.

Glasvezelstoring

Het was een miezerige voorjaarsdag in 1998. De zon scheen onder laaghangende bewolking door. Een anonieme graafmachinemachinist heeft net zijn sjag opgerookt en begint aan een klusje langs het spoor in de buurt van Amsterdam Sloterdijk.

Een spoorwegovergang van de Nederlandse Spoorwegen moet vernieuwd worden. Vooraf had de opzichter de bodemkaarten bekeken, en er lagen wat kabels in een betonnen goot waar omheen gegraven moest worden.

De regen tikt in kleine druppels tegen de kabine van de Komatsu graafmachine.
Het klusje zit er bijna op als de grijper iets raakt.   

De krachtige graafmachine heeft geen moeite met de plastic buis die in een betonnen geul langs het spoor ligt. De buitenmantel scheurt open en de kwetsbare inhoud scheurt nog sneller door als de buitenmantel.

In een kantoor van Telfort licht op een monitor het segment tussen Haarlem en Amsterdam rood op. Snel wordt duidelijk dat de glasvezel tussen Amsterdam en Haarlem die normaal maximaal 34Mbit/sec kon vervoeren (zeg maar een derde van een huidige kabelinternet verbinding) nu niets meer kon vervoeren.

Haarlem was een dood spoor. De glasvezelverbinding van wat toen ‘de backbone’ werd genoemd hield daar op. Enkele jaren later zou de Nederlandse bodem pas vol liggen met glasvezels en was het veel eenvoudiger om lussen te maken die beter tegen dit soort incidenten kunnen.

Ergens op het station van Haarlem stond een kast waar de verbinding heen liep. Daar bevond zich ook een 4 aderige telefoonlijnaansluiting voor een huurlijn naar ons kantoor in de binnenstad van Haarlem, alwaar een zelfde aansluiting was gemaakt. Zo’n aansluiting tussen twee punten heet een huurlijn.

De PTT (nu KPN) leverde deze verbindingen vaak voor bedrijfsnetwerken, maar de echte dataverbindingen kosten honderden, vaak duizenden euro’s per maand. Wij hadden de audio-variant genomen die een stuk goedkoper was en er zelf modems op gezet. Doordat het binnen dezelfde telefooncentrale was werd het koper van de beide telefoonlijnen gewoon aan elkaar gemaakt. En dat detail gebruikten we in ons voordeel. Via een voorloper van dezelfde techniek die tegenwoordig voor ADSL wordt gebruikt konden we zo binnen de stad voor heel weinig kosten een punt-naar-punt verbinding maken van 2Mbit per seconde (en dat is ongeveer de snelheid van mobiel internet tegenwoordig).

We hadden soortgelijke verbindingen naar onze huizen en naar onder andere Haarlem 105 lopen.

Via onze servers boden we op dat moment toegang tot 2000+ websites.

Telfort stuurde een gespecialiseerd team om de glasvezel te repareren, er was in Nederland slechts één bedrijf die die klus kon klaren op dat moment. Een klusje wat nog eens enkele uren ging duren. Om toch toegang te bieden had onze netwerkleverancier (nlnet) een apparaat in Haarlem geplaatst wat via ISDN-30 (dat was ook 2Mbit) een verbinding kon maken buiten de glasvezel om. Maar wij waren niet de enige klant om de glasvezellijn in Haarlem. Het resultaat was een tergend trage verbinding.

Geld voor een tweede verbinding was er wel, maar we vonden het geen duizenden euro’s per maand waard om ook een verbinding via Unisource/KPN af te nemen. Bovendien hadden een hekel aan KPN na de ellende met het telefoonboek (nog vers in het geheugen).

Al onze sites waren al enkele uren niet bereikbaar, maar met de ISDN-30 lijn begon er nu weer wat verkeer doorheen te komen. En hoewel men in die tijd minder moeilijk deed over een dagje geen website stond al die tijd de telefoon roodgloeiend.

En de graafmachinemachinist ? Het zou nog enkele jaren duren voordat die in aanraking kwam met het fenomeen internet.

In den beginne

Het kantoor aan de Nijverheidsweg is zo’n 4×5 meter groot. Het behang aan de muren laat hier en daar los.

Naast onze kamer zit een vergaderruimte met een tafel uit de jaren 70. Groen. Bruin. Stoffig.

Ons kantoor bestaat uit twee kamers in het Haarlemse magazijn van een Japanse fabrikant van industriele mixers waarvan het Nederlandse kantoor in het WTC in Amsterdam zit. Er gebeurt doorgaans weinig, buiten die ene keer dat een van hun werknemers de takel had gebruikt om zichzelf op te hangen.

Naast ons zit in een andere kamer een groothandel in computeronderdelen, onderdeel van Bo’s voormalige bedrijf. Daar werkte een knul met een rode snor die we Igor noemden, naar de hunchback van de Notre Dame. Die naam bleef zo kleven dat niemand zijn echte naam eigenlijk meer wist.

In de hoek staat een duur apparaat, een CD writer. In die tijd kwamen CD writers voor computers net op de markt en dit apparaat zou dan ook binnenkort overbodig zijn.

In een andere hoek van onze kamer staat een grote metalen 19″ kast, waarvan een kwart wordt ingenomen door een enorm paneel van KPN. Het is onze 64 kilobit huurlijn, vanaf onze lokatie naar het NS station in Haarlem.

Daarvandaan zaten we op ‘de backbone’ van NLNet. Zij maakten gebruik van glasvezels die de NS langs sporen had liggen.

In het rack stond een server. Een grote metalen kast met daarin het moederboard van een doodnormale PC. Het was een 486 genaamd guust. Guust draaide op Linux.

Ons businessplan was om computerhardware zoals SIM modules goedkoop te verkopen. De website moest bezoek trekken, en door banners te plaatsen zouden we dan de hardware aan de man brengen. Maar eigenlijk wilden we gewoon gratis internet hebben.

Maar hoe ga je bezoek trekken ? Zoekmachines als Ilse bestonden al, en het internet werd langzamerhand met steeds meer ideeen gevuld. Het telefoonboek op internet was er nog niet. En KPN was dermate traag met het implementeren van nieuwe dingen dat we ze voorlopig niet in staat achten om zelf het telefoonboek op internet te zetten. Ze verdienden immers genoeg met het telefonisch opvragen van nummers.

Om de juridische kant maakten we ons weinig zorgen eigenlijk. Ik geloof dat we er niet eens veel over overlegd hebben van te voren. Telefoonnummers zijn toch van ons allemaal ?

We hadden een CDFoon CD liggen, en het was niet zo lastig om daar alle telefoonnummers vanaf te halen. Sander had het jaar er voor al eens geprobeerd om met MSQL de hele database op te slaan (geen typefout, MySQL was er toen nog niet). Helaas bleek dat te traag. Het ging immers om meer dan 6 miljoen records.

Op een regenachtige vrijdag besloot ik thuis om eens te zien of ik er wat mee kon doen. Inmiddels had ik een heel lang tekstbestand met daarin alle telefoonnummers van Nederland gesorteerd op plaats en achternaam.

Vaak zijn simpele ideetjes het beste. Ik besloot om een lijst te maken per plaats, met de offset (zeg maar het aantal bytes vanaf het begin) waar de plaats begon in het grote bestand. Vervolgens maakte ik per plaats een lijst met de positie waar de eerste letter van de achternaam begon.

Dus als je zocht naar Jansen in Amsterdam, dan zocht ik op Amsterdam en de beginpositie van de letter J. Het aantal namen wat ik dan moest doorzoeken viel mee.

Het zoekprogramma had ik in de programmeertaal C gemaakt en werkte bloed en bloed snel. Op een 486 kon het 4 zoekopdrachten per seconde aan.

Daarvandaan gingen dingen in een stroomversnelling. We hadden nog niet eens een domeinnaam. Wel een ip adres. Bo schreef een postje in de nieuwsgroepen met het verzoek om ons telefoonboek, genaamd webtel te testen.

Nog diezelfde avond heeft Francisco van Jole het bestaan van Webtel op zijn weblog ‘The Daily Planet’ geplaatst.

Januari 1996. Of we er nu klaar voor waren of niet: Webtel was gelanceerd.

Deelstoel wins Harvard’s M-Prize Management 2.0 challenge

Deelstoel is a website where civil servants in the Netherlands can share their workspaces with other civil servants. I was approached by Kim Spinder and Marloes Pomp in April 2011.

Their question: Can you build a website which allows us to place locations and sharable workspaces on the internet, and allow participating civil servants to book those ? And oh yeah, we need it fast!

Two days later the site was more or less working. I picked Ruby on Rails as a framework for development.

In the weeks that followed the site was further refined. More and more organizations (often city councils) started sharing workspace and more civil servants started using the site.

And now this idea and its implementation have won Harvard’s M-Prize Management 2.0 challenge! I’m proud and I look forward to seeing if we can launch a US version of Deelstoel (Share chair) soon. :-)

Hoe doen jullie dat dan ?

Het is mei. Zo’n zonnige ochtend waarbij het nog wel fris is buiten. Geluiden vullen de stad, vuilniswagens die al het afval van de winkels weghalen.

Beneden gaat de bel. Een van de werknemers doet open en begeleid twee mensen naar de vergaderruimte.
Het is een jong stel, hij een jaar of 25 en zij 22.

Hoe zijn naam luidde was ik midden in het gesprek al kwijt. Maar haar naam was Patricia, althans dat stond er in cursieve letters die onderaan een kettinkje om haar nek bungelden.

Bo en ik zaten al in de vergaderzaal met een fles sinas en wat plastic bekertjes voor ons. Ze kwamen praten over hun internetidee.

In die tijd kon je met een idee naar een reclameburo gaan, een wereldprijs neerleggen of je kon naar een provider als ons gaan. Webdesigners hadden de techniek nog niet in huis om iets interactiefs te maken, of ze werkten bij die reclameburo’s. Welkom in 1997.

“Goed.” zegt Bo. “Waar kan ik jullie mee helpen ?”

De jongen stak van wal. “We willen een site beginnen waarbij wij ehm.. het zeg maar doen voor de webcam”

Terwijl hij zijn zin nog niet had afgemaakt keek ik haar snel aan, haar ogen ging een beetje van links naar rechts en een schaapachtig lachje verscheen gevolgd door twee snelle instemmende knikjes.

Ai. Dacht ik bijmezelf. Heeft niemand ze verteld dat we helemaal geen pornosites willen als klant ? De paar keer dat we dat hadden geprobeerd hadden we alleen maar gezeur toen de dataverkeerrekening moest worden betaald, soms tot aan bedreigingen aan toe. Het was een branche die we konden missen als kiespijn. De professionals waren een beetje als de maffia, en de amateurs waren prutsers. We hadden al eerder een paar jongens op visite gehad die de rekening graag in ‘een bruine envelop’ wilden ontvangen, ‘want mijn vriendin weet niet dat ik dit doe’. Ook die hadden we de deur gewezen.

Maar ik liet onze gast eerst zijn verhaal afmaken.

“Jullie hebben een Realmedia server en die willen we dan gebruiken om live beelden mee op een website te zetten.” zei hij. Tussendoor nam hij een slok sinas, ging achteruit zitten in zijn stoel, legde zijn armen comfortabel in zijn nek en vervolgde: “Daar willen we dan geld voor vragen, en mensen moeten dag en nacht kunnen kijken. Misschien een berichtje sturen via irc ofzo. Met een paar gulden per minuut zijn we over een over een jaar miljonair heb ik uitgerekend!”

Bo en ik keken elkaar aan en we knikten instemmend naar elkaar. Inderdaad. Met twee gulden (het was nog het guldentijdperk) per minuut ben je in een jaar miljonair. De toekomstige webcam-filmster kon zijn enthousiasme over die gedeelde conclusie nauwelijks onder stoelen of banken steken.

“Mooi plan.” zegt Bo met een lach op zijn gezicht. “Daar kunnen we jullie zeker bij helpen.”
“Maar ik heb nog wel een persoonlijk vraagje.” vervolgde Bo terwijl hij op de punt van zijn stoel ging zitten en zijn hoofd dichterbij onze gesprekspartner bracht.

Een vragende blik maakte zich meester van onze gesprekspartner.

“Kun je me vertellen hoe je dat doet ? Als ik namelijk mijn best doe hou ik het een half uur vol. Maak daar een uur van. Misschien met grote moeite anderhalf uur.”

Ik bespeurde een frons aan de andere kant van de tafel terwijl hij zijn armen uit zijn nek haalde en iets meer rechtop ging zitten.

“Hoe ga je het dan in go-des-naam 24 uur lang volhouden ? En dat zeven dagen per week ?”

Daar – zo moest onze gesprekpartner toegeven – had hij nog helemaal niet over nagedacht.

Twee gulden per minuut werd dan wel wat lastig inderdaad. En losse clipjes worden zo van je website afgestolen, dus dat schiet ook niet op zo concludeerde hij terwijl het laatste slokje sinas achterin zijn keel verdween.

Zijn vriendin keek hem door een te dik aangebrachte laag zwarte mascara boos aan, met een blik die kon doden.  En zo eindigde weer een idee op onze vergadertafel.

Onze gasten verlieten de vergaderruimte en kregen van iemand van de helpdesk nog een rondleiding door de serverruimte op zolder.

We hebben nog lang gelachen. Afschepen kan op vele manieren.

Een dinsdag in september

Het was dinsdagmiddag en ik was aan het werk op ons kantoor in de Hofmanweg in Haarlem. We hadden een enorm kantoor met een schitterend uitzicht op de bovenste etage van het Crown gebouw.

Hier waren we aan het bouwen aan ons Prenames systeem en de automatisering die we voor Vuurwerk Internet aan het maken waren.

‘s middags vielen mijn verbindingen naar de VS plots uit. Ik had opeens grote moeite om nieuwssites in de VS te benaderen. Het was 11 september 2001.

Toen ik op een Nederlandse site keek las ik dat een vliegtuig het WTC was binnengevlogen. Mijn eerste gedachte was aan een piloot met een klein vliegtuigje die ziek was geworden, aangezien de eerste berichten niet meteen vermelden om wat voor vliegtuig het ging.

Aangezien ik met dat trage internet toch niet lekker kon werken ben ik maar meteen met collega Hans in de auto gesprongen en naar mijn huis gereden (ik had toendertijd een richtbare sattelietontvanger). We zetten een Amerikaanse nieuwszender op.

De zender stond nog maar net aan of we zagen live op het 127cm plasmascherm het tweede vliegtuig zich in het WTC boren. Tot diep in de nacht was ik aan de buis gekluisterd.